transparante giflogo active lifetransparante giflogo liliane fondstransparante giflogo land rover logo appiah
   


home journal september donderdag 27 september
 

Terugblik Projectbezoeken

13 projecten van het Liliane Fonds hebben we gedurende 6 maanden in West-Afrika bezocht. Anderhalve 'Nederlandse' week hebben we inmiddels de tijd gehad om de hernieuwde kennismaking met Europa te verwerken alsmede een begin te maken met het ordenen van onze gedachten ten aanzien van hetgeen we in Afrika hebben gezien. In het onderstaande volgt dan ook de voorzichtige eindbalans van onze ervaringen, bevindingen, gevoelens en ideeën met betrekking tot de bezochte projecten en de hulp die het Liliane Fonds gehandicapte kinderen tot 25 jaar in West-Afrika biedt.

Iedereen die aan een dergelijke tocht begint, heeft uiteraard bepaalde verwachtingen en ideeën aangaande de dingen die hij zal tegen komen. Zo ook Ron en ik. Ondanks alle verhalen, foto's en videobeelden die we als voorbereiding op de tocht bij het Liliane Fonds hadden gezien, werden wij vanaf het eerste contactmoment in Marokko echter toch verrast: de realiteit als aanvulling op het min of meer bekende.

Te stellen valt dat ondanks de toegewijde manier waarop de meeste Nederlandse vrijwilligers voor ons vertrek over hun contact met en het werk van de mediators en kinderen vertelden, het werk en de daaruit voortvloeiende invloed op de kinderen en hun families pas duidelijk wordt wanneer je het met eigen ogen hebt gezien. Bij het bezoeken van de eerste projecten waren Ron en ik vaak erg onder de indruk van de beroerde positie van de kinderen en de schijnbaar uitzichtloze positie waarin hele families verkeren. De impact van het daadwerkelijke werk dat de mediators verrichten gaat op zulke momenten dan ook enigszins langs je heen.

Na enige tijd in Afrika gereisd te hebben, worden de dagelijkse beelden echter vertrouwder. Het klinkt misschien een beetje cru maar op een gegeven moment worden bovengenoemde armoede en de lage welvaartsstandaard 'normaal' voor ons. Helemaal wennen doet het nooit, maar je schrikt er na een tijdje niet meer dagelijks van. Bijkomend voordeel van het aanpassen aan deze omstandigheden was de mogelijkheid voor ons om een meer objectieve kijk te ontwikkelen op het werk van het Liliane Fonds.

Inderdaad, vrijwel alle gehandicapte kinderen die we gedurende onze tocht hebben ontmoet, zijn zelfs voor Afrikaanse begrippen arm; of ze nou in de sloppenwijken wonen van een grote Afrikaanse stad of met hun familie op het afgelegen platteland en of het nou vóór dan wel na de hulpverlening van het Liliane Fonds is, het is niet voor niets dat er via de plaatselijk opererende mediators van het Fonds een beroep op geld wordt gedaan dat in Nederland en België bij elkaar is gebracht. Het belangrijke onderscheid tussen de twee laatstgenoemde groepen is echter het enorme verschil in de manier van leven in deze, op zich moeilijk te bestrijden armoede.

Met behulp van het geld uit Europa en de steun van de mediators veranderen de kinderen van hoopjes ellende zonder enig plezier in het leven, in opgewekte kinderen die weer meekunnen met hun niet-gehandicapte leeftijdsgenootjes en derhalve weer midden in de samenleving staan. Ondanks het streven van het Fonds om in de toekomst aan nog meer kinderen en jongeren tot 25 jaar persoonsgerichte hulp te verlenen, hebben we nog velen van hen ontmoet die helaas nog steeds moeten wachten op hulp.

Het blijft voor ons een pijnlijke ervaring om te zien dat zij door ouders worden weggestopt in hutjes en hierdoor het daglicht eigenlijk nauwelijks zien. ElisabethZij staan hiermee in groot contrast met de kinderen die wel hulp gehad hebben van de mediators en wiens familie en directe omgeving wel een mentaliteitsverandering hebben ondergaan. Hoewel vaak met krukken, beugels of erger nog, voor het leven verminkt, maken deze kinderen deel uit van de lokale gemeenschap. Er wordt gelachen, gespeeld en naar school of werk gegaan. Kortom, er wordt door hen geleefd.

In Nederland zouden velen vallen over de esthetische kant van het verhaal; de krukken zijn van hout, protheses zijn van wit plastic, en de stalen beugels zijn ook niet volgens de laatste mode. Dit lijkt voor de kinderen zelf echter totaal onbelangrijk: zolang zij zich weer kunnen voortbewegen is het leven zoveel mooier. Dan is er de mogelijkheid om naar school te gaan en/of te werken. Een onafhankelijk leven behoort dan tot de mogelijkheden en daar gaat het om.

Is het dan allemaal rozengeur en maneschijn? Nee, natuurlijk niet. Ten eerste zijn er de kinderen die ondanks veel goede wil en inzet niet zijn te helpen. Velen hiervan overlijden vroeg of blijven afhankelijk van verzorging. Dit blijft moeilijk voor de mediators die het liefst iedereen willen helpen. Ten tweede zijn er de mensen die het ook na verschillende vormen van hulp niet redden door bijvoorbeeld ziekte of ongelukken. Dit gebeurt regelmatig, maar is helaas inherent aan het leven in vele gebieden van Afrika (ook niet gehandicapte kinderen kennen een veel lagere levensverwachting dan de kinderen in Nederland).

Ten derde zijn we ook een enkele mediator tegengekomen die het nog niet helemaal had begrepen. De eerste opvang van de kinderen was dan vaak goed en ook de behandeling begon prima. Doordat echter de controle door de mediator minder strak was, vertoonden verschillende kinderen op den duur weinig progressie meer, sterker, hun situatie verslechterde opnieuw: beugels werden niet gerepareerd of vervangen, vanwege het groeien van de kids werden hun krukken te kort, en ook de ouders stimuleerden hun kinderen niet. De mediator zag dit gelukkig zelf ook en na gesprekken zijn er plannen gemaakt ter verbetering van de controle. Opleiding van de mediators binnen de gedachte van het Liliane Fonds blijkt dus belangrijk. Gelukkig was dit in de overgrote meerderheid van de gevallen goed geregeld.

Naast deze mediator- en kind-gerelateerde moeilijkheden kenden ook wij persoonlijk een probleem. De eerste drie projecten die we bezochten waren voor ons zelf goed te verantwoorden. Wij wilden met eigen ogen zien wat het Liliane Fonds kan betekenen voor de kinderen in Afrika. Na drie projecten hadden we echter een goed idee van het werk van de mediators en de wisselwerking tussen hen en hun persoonlijke correspondenten in Nederland. Na deze periode voelden Ron en ik onszelf af en toe toch wat moeilijk. Dit lag niet aan de mediators, zij waren zeer gastvrij en wilden ons graag alles uitleggen en laten zien. Nee, het lag aan ons: 'Wat konden wij nu helemaal voor deze kinderen betekenen?' Het is ons erg duidelijk geworden dat er in West-Afrika nog zoveel werk te verzetten is en wij kwamen 'alleen maar' even kijken. Af en toe voelden wij ons dan ook net de paus: even een handje geven en wat zwaaien en daarna weer verder. Uiteraard wisten we waarvoor we waren gekomen, maar dit maakte het niet altijd makkelijker. Alleen daarom al hebben we enorm veel respect gekregen voor de mediators en andere vrijwilligers die in Afrika met de kinderen bezig zijn.

Concluderend: we gingen naar Afrika met een positief beeld van het Liliane Fonds, een beeld dat zich gedurende onze tocht langs de vele verschillende mediators en 'hun' kinderen alleen maar heeft versterkt. SmaillaWij zijn er van overtuigd dat de directe, persoonsgerichte manier van hulpverlening een erg effectieve manier (om niet te zeggen: de enige manier) is om in Afrika het nodige resultaat te bereiken. Te vaak zijn we in de afgelopen maanden tegen voorbeelden aangelopen waarbij uit Westerse landen afkomstig geld in zijn geheel niet of slechts gedeeltelijk werd aangewend voor het doel waarvoor het beschikbaar werd gesteld. Weggegooid geld dus, iets wat West-Afrika zich in het geheel niet kan veroorloven. Directe controle blijkt onontbeerlijk op dit continent, een voorwaarde waarin het Liliane Fonds voorziet door gebruik te maken van veelal fantastische vrijwilligers van wie we hun toegewijde arbeid met eigen ogen hebben mogen bekijken.

Met de juiste hulp blijkt er veel mogelijk. We zijn blij dat we het goede voorbeeld van dichtbij hebben kunnen zien.





giro 870
home journal september maandag 10 september