
|
Benin:
Het Bethesda-centrum in Lokasso
[met foto's]
|
 |
De zoektocht naar ons aanspreekpunt ('wie is ons aanspreekpunt?') voor het Liliane Fonds-projectbezoek in Benin, begint pas laat in de namiddag van zondag 27 mei. We hebben maar liefst de beschikking over drie verschillende faxen met correspondentie ten aanzien van onze komst, driemaal echter vinden we een andere naam als afsluiting. De enige zekerheid die we hebben, is dat we ergens in Cotonou en omgeving zullen moeten zoeken. 's Morgens al even geprobeerd wat telefoonnummers te draaien, twee keer echter krijg ik een toon te horen die verdacht veel weg heeft van een fax en wanneer ik de derde en laatste variant probeer, wordt er niet opgenomen. 's Middags dus op herhaling.
Vanuit het zwembad waar we die middag niet onaangenaam vertoeven, probeer ik het nog eens. Een vriendelijk 'bonjour' verwelkomt me aan de andere kant van de lijn. Erg lastig dat de meeste Afrikanen de neiging hebben om een telefoonconversatie niet met hun naam te beginnen en dus werk ik geduldig mijn lijstje af met personen waarvan ik denk dat zij zich aan de andere kant van de verbinding kunnen bevinden. Na een minuutje of twee ben ik eruit dat ik Soeur Delphine te pakken heb, assistente van Soeur Leonie, nationaal coördinatrice van het Liliane Fonds in Benin. Dit praat wat gemakkelijker hoewel wat later op de avond zal blijken dat haar Frans nog steeds niet duidelijk genoeg is om mijn toch inmiddels niet meer zo beperkte kennis van deze taal te compenseren. Wanneer ik na het gesprek de hoorn op de telefoon gooi, is het voor mij dan ook erg duidelijk dat we haar om 20.30 uur zullen ontmoeten in de L'Arceveche (ik zou hier zelf ook de 'spreek uit:' verwachten, ware het niet dat ik na drie dagen nog steeds struikel over dit nauwelijks uit te spugen stukje Frans) naast het CODIAM, een, na later blijkt, Spartaans uitgeruste overnachtingplaats voor congresgangers, geestelijken en twee Nederlandse ex-studenten.
Het is effe zoeken (een uurtje is tegenwoordig niks meer), maar wanneer we het CODIAM hebben gevonden in een niet verlichte laan net buiten het centrum van Cotonou, lijkt de L'Arceveche niet ver weg meer. Het 'à côté de', van de vriendelijke portier stemt me meer dan gerust. Enigszins mismoedig worden Mike en ik dan ook wanneer we het betreffende gebouw na nog drie keer vragen pas twee kilometer verderop aantreffen.
De nodige argwaan treedt me tegemoet wanneer er open wordt gedaan als ik rond 21.15 uur aanbel. 'Oui, Soeur Delphine kennen we wel maar die woont hier niet. Uiteraard zouden we haar voor u even willen bellen, monsieur, maar onze telefoon doet het niet en ook het Centre de Communication 'à côté' (yeah, right) is op dit moment al gesloten…'. Hoewel het begrip geduld de afgelopen maanden behoorlijk rekbaar is gebleken, moet er op dit moment een desperate blik door mijn ogen zijn getrokken. Mijn gemoedstoestand wordt er ook al niet beter op wanneer de zusters zowat aan de andere kant van de stad blijken te wonen. Nadat ik Mike achter het stuur van de Defender heb wakker geschud gaan we het nog maar eens proberen.
Wanneer we de met een neonblauw kruis (erg hip, adviesje voor de Nederlandse kerk?) uitgeruste kerk aantreffen in het Oostelijke gedeelte van Cotonou, krijgen we weer iets meer hoop. De uit de avondmis komende kerkgangers zijn zo bereidwillig om ons van het ene naar het andere congregatiehuis te slepen en bij de derde is het eindelijk raak. Zuster Delphine (de naam deed het al vermoeden en inderdaad hebben we hier te maken met een 'Zuster-uitvoering à la Beninoise' van wie menig Afrikaans (enkel Afrikaans?) heerschap had gehoopt dat Gods wil op een andere manier was uitgepakt) doet zelf open. Nadat we beiden even netjes hebben geslikt, het blosje rood van onze wangen hebben gewreven en de gebruikelijke drie kussen (not) ook deze keer spontaan vergeten, lopen we verder.
'Helaas' (ook aan zelfkennis geen gebrek), zo krijgen we te horen, is ze de komende twee dagen niet zelf in staat om ons te vergezellen daar ze deze week aanwezig dient te zijn op een congres.
Nadat ze ons ervan heeft overtuigd dat er op geen enkele manier meer extra kaarten te verkrijgen zijn, leggen we ons er maar bij neer dat we maandag en dinsdag samen met een 'secretaire administrative' en eigen chauffeur (ter compensatie?), twee Centre Handicapees gaan bezoeken in de regio van Cotonou.
We praten nog wat over de Liliane Fonds-triangle die Soeur Delphine vormt, samen met Soeurs Leonie (nationaal coördinatrice Benin) en Dominique (mediator voor de regio Cotonou). Gedrieën werken ze al een aantal jaren hard aan de positie van de gehandicapte kinderen in Cotonou en omgeving.
Als Soeur Delphine zo tegen een uurtje of half twaalf meedeelt dat ze voor de komende nachten twee kamers heeft gereserveerd in het CODIAM, hebben we het even niet meer. Nadat ieder z'n broek weer op de heupen heeft hangen (dit wordt de laatste tijd steeds moeilijker, aangezien er bij beiden meer lijkt uit te gaan dan in te gaan), zit er echter niks anders op dan nogmaals dezelfde lange route af te leggen. Vanaf morgen hoeven we effe twee dagen niet zelf te rijden.
|
 |