
|
Mali:
Naminata
Moktar
Korotouma
Mamadou
|
 |
In Bougouni, een kleine 200 kilometer ten zuiden van de Malinese hoofdstad Bamako, zullen we een paar dagen verblijven bij Zuster Marie Odile Klein. We rekenen er bij haar, als geboren Française, niet op weer met het nodige Engels weg te komen en dus oefenen Mike en ik tijdens de reis nog op enkele beleefdheden.
Vroeg op de zaterdagmiddag arriveren we bij de enigszins vervallen uitziende Katholieke kerk van het met 30.000 inwoners gezegende stadje. Na het erf van de paters te zijn opgereden, worden we door een vriendelijke jardinier doorverwezen naar de even verderop wonende zusters. De woorden in de brief van zuster Marie Odile, waarin we hartelijk worden uitgenodigd om langs te komen bij de gehandicapte samenleving van Bougouni, doet ons wederom de nodige vriendelijkheid vermoeden en bij aankomst worden we ook deze keer niet teleurgesteld. Nadat Zuster Marie Odile ons heeft voorgesteld aan haar tweetal huisgenoten (we vergelijken de verschillende zusteronderkomens inmiddels met de voor ons meer bekende studentenhuizen), wordt er snel een heerlijk maaltje in elkaar gedraaid en daarna wordt ons even de tijd gegund voor de ook ons inmiddels bekende (en niet te missen) Malinese siësta.
De uren en volgende twee dagen die volgen, geven ons het beeld van een soort Liliane Fonds-samenleving. De (uuhhmm??) Bougounische samenleving kent relatief veel gehandicapte kinderen en de zusters staan hier met hun toewijding middenin. De meeste gehandicapte kinderen weten dat de zusters hen een warm hart toedragen en dat ze vanwege de contacten van de zusters met het Liliane Fonds, een kans hebben om te worden geholpen.
Het lijvige correspondentie-dossier dat zuster Marie Odile uit de kast te voorschijn haalt, bevat de documenten van 53 kinderen die er in de regio Bougouni de afgelopen zes jaar door het Liliane Fonds zijn geholpen.
Erg verrassend, maar desondanks niet minder verwarrend, is het dan ook niet wanneer er tijdens ons verblijf verschillende kinderen (de meeste in hun door het Liliane Fonds betaalde voiturette) aangaan bij het huis van de zusters om ons persoonlijk te bedanken. De meeste hebben onze Defender met het logo van het Fonds door de straten van Bougouni zien rijden. We moeten Lenie dan ook gelijk geven die ons bij vertrek al had gewaarschuwd dat wij op sommige plaatsen gewoon als het Liliane Fonds zouden worden gezien. Omdat wij, zelfs na drie dagen het plaatselijkeBambara-dialect nog nauwelijks onder de knie hebben (hoewel tellen tot vijf geen probleem meer mag zijn), is het voor ons ondoenlijk om uit te leggen dat niet wij, maar eigenlijk de vele vrijwilligers en donateurs van het Fonds de mensen zijn waaraan zij hun verbeterde levenssituatie hebben te danken.
Zelf bezoeken we gedurende onze drie dagen in Bougouni vier personen die of al in het verleden door het Liliane Fonds zijn geholpen, of van wie zuster Marie Odile (slim als ze is) hoopt dat ze in de nabije toekomst door het Fonds geholpen kunnen worden. Ze vertelt ons dat veel kinderen het slachtoffer zijn van verkeerd toegediende injecties tegen bijvoorbeeld malaria en daardoor verlamd zijn geraakt. Het is voor ons nauwelijks te geloven dat er zo onnauwkeurig wordt omgesprongen met de toekomst van deze kinderen, maar er is in het gehele gebied nauwelijks geld voor het opleiden van goede verpleegsters. De Zuid-Malinese regio is sowieso arm.
Hoewel ik niet al te sentimenteel wil overkomen, worden Mike en ik in Bougouni waarschijnlijk voor het eerst echt met armoede geconfronteerd. De dankbaarheid en blijheid van de meeste kinderen en hun ouders die we tegenkomen, staan dan ook in scherp contrast met de omstandigheden waarin zij dienen te leven. De meeste mensen hebben nauwelijks geld voor brood. Zowel 's morgens, 's middags (als dit er al in zit) en 's avonds bestaat de maaltijd uit een meelachtige melange met een saus die, naar gelang de mensen zich kunnen veroorloven, bestaat uit één, twee of drie kruiden. Het is dan ook enigszins tegenstrijdig dat wij gedurende ons verblijf iedere dag het brood op tafel hebben liggen, dat we ons onderwijl te goed doen aan een de erg lekkere warme maaltijden en 's avonds een stukje chocola krijgen aangeboden.
We hebben de afgelopen dagen echter kunnen zien met hoe veel toewijding de zusters zich inzetten voor hun minder bedeelde plaatsgenoten en welke rol het Liliane Fonds hierbij speelt. Hoewel geconfronteerd met nogal wat leed, houden we dan ook een goed gevoel over aan ons verblijf in Bougouni, wanneer we (volgens Malinees levensritme) dinsdagmorgen om 07.00 uur beginnen aan onze terugtocht naar Bamako.
|
 |