Het laatste project van ons evenement. Het geeft een
melancholisch karakter aan dit bezoek.
Nadat we enigszins van onze nachtelijke tocht zijn
bekomen gaan we op zoek naar het onderkomen van de
mediator. Zoals reeds vaker het geval is geweest
betreft het een zuster. Om iets preciezer te zijn, een
Senegaleese zuster luisterend naar de naam Soeur
Theophane. We zijn niet in het bezit van een adres
maar we hebben deze maal maar liefst de beschikking
over twee telefoonnummers. In de mail die wij van het
Liliane Fonds ontvingen stond er nadrukkelijk bij dat
wij twee dagen voor aankomst even moesten bellen, dan
kon alles in gereedheid worden gebracht voor een groots
ontvangst.
Nu zijn wij de moeilijksten niet en twee dagen voordat
we bij de zusters verwachten te arriveren nemen wij
contact op. Niet dat dit lukt, maar we hebben het
geprobeerd. Met de recente ‘spontaan
arriveren’-ervaringen in Bougouni (Mali) nog in het
achterhoofd, gaan wij aarzelend op pad. Het is
ongelooflijk maar wederom weten we zonder adres, in
een stad met ruim 100.000 inwoners, het juiste huis
binnen een uurtje te traceren.
We worden gastvrij ontvangen door een enthousiaste
zuster Theophane. Geen enkel probleem dat we
onverwachts langs komen; waar eten is voor twee, is
eten voor vier. Er volgt een gezellige kennismaking en
we stellen een plan op (altijd zeer gevaarlijk in
Afrika) voor de komende dagen.
Even een stukje historie. Zuster Theophane is de derde
mediator in Saint Louis. Het is allemaal begonnen met
Père Felicien. In 1988 is de goede man een centrum
voor gehandicapten begonnen in St.-Louis. Tijdens dit
werk is hij in contact gekomen met het Liliane Fonds
en zodoende de eerste mediator voor het fonds in
St.-Louis geworden. Erg lang heeft hij niet van zijn
centrum kunnen genieten, reeds in 1993 is de pater
overleden. Het centrum draagt ter nagedachtenis zijn
naam: Keur Felicien (Het huis van Felicien).
Het kon natuurlijk niet zo zijn dat al het werk voor
niets was geweest. Gelukkig is de bisschop ter plaatse
zeer betrokken bij het werk van het centrum. Na het
overlijden van de pater gaat hij dan ook spoorslags op
zoek naar een vervanger. Deze wordt al snel gevonden
in de persoon van Soeur Marie Pierre. Wanneer zij door
haar congregatie wordt overgeplaatst dreigt er voor de
tweede keer een opvolgingscrisis. Weer is het de
bisschop die dit, door doeltreffend handelen, weet te
voorkomen. Hij doet een beroep op de congregatie van
Soeur Theophane en dit is niet tevergeefs.
Het centrum in St.-Louis is geen medisch centrum. De
medische hulp wordt verleend in het plaatselijke
ziekenhuis. Het centrum richt zich voornamelijk op de
sociale kant van de revalidatie. Er zijn drie
‘afdelingen’ binnen het centrum. Ten eerste is er de
couture afdeling waar mannen en vrouwen les krijgen in
het maken van kleding en in het verkopen ervan. Ten
tweede is er een afdeling die zich bezig houdt met het
kaften van nieuwe, maar vooral ook oude boeken. De
laatste afdeling draagt zorg voor de vervaardiging en
onderhoud van hulpmiddelen voor de gehandicapten. Dit
zijn krukken, driewielers, rolstoelen en alle andere
noodzakelijkheden die ter plaatse gemaakt dan wel
gerepareerd kunnen worden.
Dit alles met het doel de gehandicapten in staat te
stellen in hun levensonderhoud te voorzien en deel uit
te maken van de samenleving. Dit sluit naadloos aan
bij de doelstellingen van het Liliane Fonds. Probleem
echter is de leeftijdsgrens. Het Liliane Fonds richt
zich op gehandicapte kinderen (tot 25 jaar), terwijl
het centrum voor gehandicapten van alle leeftijden is.
In de bedrijfsvoering levert het echter weinig
onduidelijkheden op. De dagelijkse leiding van het
centrum is in handen van François. Deze man was er
reeds bij toen Père Felicien nog de scepter zwaaide in
het centrum. Zelf ook licht gehandicapt houdt hij
zich, naast de dagelijkse leiding, bezig met de
reparatieafdeling. De administratieve afhandeling van
het centrum is in de bekwame handen van Cecille, een
toegewijde secretaresse die ook al jaren meedraait.
Zij is feitelijk degene die bepaalt of iemand in
aanmerking komt voor hulp van het Liliane Fonds of
niet. Na deze eerste check wordt Soeur Theophane pas
ingeschakeld.
De oude pater heeft het niet meer mogen meemaken, de
mensen hier zijn echter overtuigd dat hij goedkeurend
moet hebben toegekeken toen de medewerkers een tweede
centrum hebben geopend. Het tweede centrum, in een erg
achtergebleven visserswijk, is door Jacques bedacht en
opgericht. Het idee achter het centrum is hetzelfde,
de uitvoering iets anders. We krijgen een rondleiding
van Jacques door het centrum. De route er naartoe
wordt afgelegd in een karretje met een paard er voor.
Hier niet voor toeristen maar gewoon dagelijks in
gebruik als taxi.
In het centrum blijkt de voormalige schoolmeester
gezegend te zijn met een gezond ondernemersinstinct.
Hoewel hij zelf van zijn pensioen geniet, bedenkt hij
voor het centrum allerhande mogelijkheden om én
gehandicapten te helpen én geld te verdienen voor het
draaiende houden van het centrum. Zijn eerste
investering betrof een molen om graan te malen, het
blijkt een kleine goudmijn. Er werken twee
gehandicapten met deze molen en zij kunnen er met hun
familie van leven. Daarnaast blijft er, na aflossing
en afschrijving, nog een leuk bedrag over voor het
centrum. Een tweede ingeving is het verhuren van
plastic stoelen: draait lekker en levert makkelijk
geld op. Ieder centrum (dat wij hebben gezien) heeft
een couture afdeling, zo ook deze. Echter, de meeste
verkoop vindt plaats op de lokale markt en derhalve
heeft meneer daar een plaatsje weten te regelen. De
opdrachten komen van de markt terwijl het meeste werk
op het centrum wordt verricht.
De meest lucratieve investering horen en ruiken we al
bij binnenkomst. Op een plaatsje achter op het terrein
van het centrum lopen een aantal schapen. Hoewel
meneer zelf overtuigd katholiek is, heeft hij de
gebruiken van de moslims goed begrepen. 48 dagen na
het einde van de Ramadan is er een feest genaamd
Tabaski (ik heb het idee wel, maar de namen niet
helemaal begrepen). Tijdens dit feest worden er
ritueel schapen geslacht en gegeten. De prijs van een
schaap verdrie- of verviervoudigt in de aanloop naar
dit feest.
Het verbaast ons dan ook niets wanneer blijkt dat het
doel van Jacques is om een autonoom gefinancierd
centrum te realiseren. Hij vertelt dat de kerk ieder
jaar nog bijspringt maar dat het elk jaar minder
wordt. De ogen van de 50-jarige vrijwilliger gloeien
van verborgen trots wanneer hij dit vertelt.
We vallen bij ons bezoek met de neus in de boter. De
eerste ochtend begint namelijk met een vergadering van
alle medewerkers van de twee centra bij de zuster
thuis.
Hoewel in het Frans, is het een
interessante bijeenkomst en een goede mogelijkheid om
nogmaals de werkwijze van het Liliane Fonds aan een
ieder uit te leggen. Behalve eerder genoemde
secretaresse had iedereen hier nog wel wat vragen
over. We leren meteen iedereen kennen en zijn op de
hoogte van de actuele problematiek.
De laatste avond van ons bezoek aan St-Louis blijkt
het de naamdag te zijn van zuster Rose Mireille. Er
komen een man of 15 eten en het is een soort lopen
buffet. De zusters hebben uitgepakt en er verschijnen
lekkere gerechten op tafel. Het wordt een gezellige
avond die ons op een waardige manier ons laatste
project laat afsluiten. Na 13 landen te hebben
aangedaan alsmede 13 projecten van het Liliane Fonds
te hebben bezocht kan wat ons betreft de balans dan
ook worden opgemaakt: de geschreven variant volgt een
dezer weken daar we genoeg tijd hebben voor enkele
overdenkingen tijdens de lange woestijnkilometers door
Mauritanië en Marokko.